
Ruitenwisservloeistof
Zomer- en winterruitensproeiervloeistof, antivries tot -20 °C en concentraat — met heldere uitleg over mengen, bijvullen en veilig de winter door.
RUITENWISSERVLOEISTOF




Wat is ruitenwisservloeistof?
Ruitenwisservloeistof — ook wel ruitensproeiervloeistof — is een reinigingsmiddel dat via de sproeiers op de voorruit wordt gespoten. Het weekt insecten, stof, uitlaatroet en vet los, zodat de ruitenwissers geen vegen trekken. Een schone ruit is direct zicht: bij tegenlicht of nachtelijke regen maakt dat het verschil tussen helder zicht en verblinding.
Zomer of winter?
Zomervloeistof is gericht op insectenresten en bevriest rond het vriespunt. Wintervloeistof bevat alcohol en blijft afhankelijk van de mengverhouding vloeibaar tot ongeveer -20 °C. Die vorstbescherming voorkomt niet alleen een bevroren reservoir, maar ook dat de vloeistof direct op een koude ruit aanvriest.
Concentraat of kant-en-klaar?
Kant-en-klare vloeistof giet u zo in het reservoir en is het handigst als reserve in de kofferbak. Concentraat is voordeliger per liter en u bepaalt zelf hoe sterk u mengt: minder water betekent meer vorstbescherming. Houd de mengtabel op de fles aan en meng nooit met warm water bij vriesweer.
Zo vult u veilig bij
Het reservoir zit onder de motorkap en heeft een dop met een ruit-met-sproeier symbool. Vul bij tot net onder de rand, draai de dop stevig dicht en laat de sproeiers een paar seconden lopen zodat de oude vloeistof uit de leidingen wordt geduwd. Werkt een sproeier niet, maak het gaatje dan voorzichtig vrij met een dun naaldje.
Veelgestelde vragen over ruitenwisservloeistof
Zomervloeistof is gemaakt om insecten, stof en vet los te weken en bevriest rond het vriespunt. Wintervloeistof bevat alcohol waardoor hij tot ongeveer -20 °C vloeibaar blijft en de ruit niet direct weer aanvriest.
Mengen mag, maar u verdunt dan de vorstbescherming. Wilt u zeker zijn van bescherming tot -20 °C, rijd het reservoir dan zo leeg mogelijk voordat u winterruitenwisservloeistof bijvult.
Liever niet. Kraanwater bevat kalk dat de sproeiers verstopt, reinigt vet en insectenresten slecht en bevriest bij vorst. Daardoor kan het reservoir of de sproeierpomp scheuren.
Op de fles staat een mengtabel: hoe kouder het wordt, hoe minder water u toevoegt. Voor vorstbescherming tot ongeveer -20 °C is dat vaak één deel concentraat op één deel water.
Onder de motorkap zit een reservoir met een dop waarop een ruit met sproeier staat afgebeeld. Vul bij tot net onder de rand en laat de sproeiers daarna even lopen.
